Markenhoven hof 2

Een oase van rust, midden in het Centrum

Algemeen

Het wooncomplex Markenhoven op de ‘VaRa-strook’ tussen de Valkenburgerstraat en de Rapenburgerstraat is klaar. Dit is het eerste stuk van de Weesper-Wibaut-as, dat een nieuw gezicht heeft gekregen.

De Rapenburgerstraat heeft een rustige bakstenen gevel; de Valkenburgerstraat heeft een wat uitbundiger gevelwand. De buurtgroep die zo’n 14 jaar geleden begon zich met de bouw te bemoeien, wilde geen betonnen schoenendoos, maar smalle parcellering en afwisseling. Zo afwisselend, perceel voor perceel, als in de 17de -eeuw kan je nu echter niet meer bouwen. Architect Hans van Beek van Atelier Pro heeft daarom de stempelmethode toegepast: je neemt een vijftal gevelontwerpen, die je afwisselend naast elkaar plaatst, en die je nog met dakopbouwen kan variëren.

Markenhoven wordt onderbroken door drie pleintjes, waardoor de beide straten verbonden worden. Er ontstonden hierdoor drie woonblokken, met drie ruime en zonnige binnentuinen die prachtig zijn ingericht.
De drie pleinen hebben een sierbestrating die ontworpen is door de Amerikaanse kunstenaar Sol Lewitt. Het zijn abstracte patronen die doen denken aan Indiaans weefsel. Zij heten van Zuid naar Noord: Markenplein, op de plaats waar voor 1970 het oude Markenpleintje lag, Februariplein, naar de Februaristaking van 1941, en Koeriersterplein.

Het Koeriersterplein vormt een schakel in de keten van de Anne Frankstraat naar het Jonas Daniël Meijerplein waar, de Dokwerker staat. De naam Markenplein symboliseert de verwevenheid van de nieuwe buurt met het verleden van de oude Jodenbuurt.
Markenhoven is immers geboren uit de wens van de buurtbewoners, om de geschonden oude Jodenbuurt weer bewoonbaar te maken en aan de mensen terug te geven. Daarbij was Job Hans onze bekwaamste en meest gedreven woordvoerder. Hij slaagde, erin zijn standpunt ten gunste van de mensen uit de buurt in de taaie onderhandelingen te laten zegevieren. Job Hans is helaas vorig jaar overleden. Zijn bijdrage aan dit stukje stad mag niet worden vergeten.

(Bron: Binnenstad 179, nov. 1999, fragment)